Heemkundekring De Vrijheijt van Rosendale

Onderstaand artikel is letterlijk overgenomen uit het door de Heemkundekring uitgegeven Periodiek nummer 8 dd december 1985. De auteur was het toenmalige bestuurslid Wim Heijnen.


De Roosendaalse Vuurtoren

Als men anno 1985 vertelt, dat in Roosendaal eens een " vuurtoren" heeft gestaan, wordt er ongelovig gereageerd. (in 2007 is dit niet veranderd = opmerking webmasters) "Zó ver van zee, en dan tóch een vuurtoren, dàt kan toch niet."
Onderzoek toont aan, dat onze stad inderdaad een "vuurtoren" binnen zijn grenzen heeft gehad. Het was echter géén lichtbaken voor de scheepvaart, maar een geleidings- of routelicht voor de luchtvaart.

Toen de burgerluchtvaart in de jaren dertig tot ontwikkeling kwam en er vaste lijndiensten ontstonden tussen de verschillende luchthavens moest er visueel worden gevlogen. Dat wil zeggen, dat de piloot zijn vliegroute moest bepalen aan duidelijk zichtbare objecten op de grond.

Daarom besloot de Rijksluchtvaartdienst (R.L.D.) een aantal vliegroutes te markeren met luchtvaartnavigatielichten, zie kaart 1. Zoals op deze kaart duidelijk is te zien, maakte het Roosendaalse navigatielicht deel uit van de route Schiphol - Brussel - Parijs. De Roosendaalse toren werd opgericht op een stuk grond van de heer Piet Scheepers, die een boederij bewoonde aan de Heirweg, nummer 2A, zie kaart 2.

Geprojecteerd op de huidige situtie, stond de "vuurtoren" praktisch tegen de uiterste punt van de tuin van het pand Jan Tooropstraat 11. De boerderij bevond zich waar nu Joseph Israëlsstraat 32 is.

De Rijksluchtvaartdienst had het stuk grond waarop de toren stond in huurkoop van de heer Scheepers. Naast de huursom ontving de heer Scheepers ƒ 80,-- (€ 36,30) per jaar als vergoeding. Daarvoor moest hij elke maand de lenzen met alcohol schoonmaken; ook moest hij van tijd tot tijd de automatische tijdklok bijstellen.

De toren was van ijzeren constructie en rustte op een betonnen fundament. Tot aan het platform was hij 28 meter hoog; daarop kwam de lichtinstallatie, zodat het bovenste punt 30 meter boven de begane grond lag, (zie het schema van de R.L.D.).
Op dit schema is af te lezen, dat de lichtinstallatie een bundel oranje licht naar boven wierp en aan beide zijden in de richting van de route een geconcentreerde lichtbundel. Om de 3 seconden werd het licht ontstoken om gedurende 0,1 seconde zichtbaar te zijn. De lichtsterkte was enorm, zie "schema". De letters I.K. staan voor de eenheid van lichtsterkte: de internationale kaars.

Aan de voet van de toren stond een transformatorhuisje, van waaruit de electrische stroom op de juiste spanning werd gebracht. Het geheel was omgeven door een metershoog ijzeren hekwerk met toegangspoort.

Tijdens de oorlogsjaren werd de vuurtoren uiteraard niet meer als zodanig gebruikt. Wel fungeerde hij een tijdje als uitkijkpost voor de Duitse bezettingstroepen. De heer Scheepers benutte het transformatorhuisje om er zo'n 5 à 6 zakken graan verborgen te houden voor de bezetter.

Door de ontwikkelingen van moderne electronische navigatietechnieken -nu vliegt men (automatisch) op de frequentie van radiobakens- werden de routelichten overbodig. Door de hogere snelheden waarmee vliegtuigen nu vliegen zouden ze overigens ook niet bruikbaar meer zijn.

In de naoorlogse jaren werd de Roosendaalse "vuurtoren" afgebroken, een markant "punt"verdween uit onze gemeente.

W.M. Heijnen

Met dank aan:
de heer A.L. Fransen, Rijksluchtvaartdienst, Den Haag
de heer A. Leijs, afdeling Landmeetkunde van de Gemeente Roosendaal en Nispen
de heer L. van Mansfeld, vliegveld Seppe, Roosendaal
de heer J. Scheepers, Roosendaal

Het beklimmen van de toren van bovenaf gezien

Terug