Heemkundekring De Vrijheijt van Rosendale

Onderstaand artikel is letterlijk overgenomen uit het door de Heemkundekring uitgegeven Periodiek nummer 6 dd september 1984. De auteur was het toenmalige bestuurslid W. M. Heijnen.
Iets veranderd ?

In de Grondwet van 29 november 1919 troffen we deze advertentie aan:

Bezoekt de
TENTOONSTELLING der SCHILDERWERKEN
Van Frans Hertoghs
Op den bovenzaal van CAFÉ BELLEVUE
Groote Markt Alhier
Van 29 november tot en met 7 december
Dagelijks geopend van 9.30 v.m . tot 4 uur n.m .

Onder de kop “Tentoonstelling” volgt er een goede recensie in de Grondwet van 3 december 1919. In de Grondwet van 15 december 1919 lezen we het volgende:

INGEZONDEN
Buiten verantwoordelijklheid der Redactie


We hebben weer eens een tentoonstelling van schilderijen gehad.
Ditmaal nog wel van een geboren Roosendaler . Dat is nog nooit ge-beurd zoo'n tentoonstelling van een stadgenoot - zou men meenen - zal zeker wel veel belangstelling trekken. Welnu lezer u kent ons dorp nog niet. Wanneer een schoolkind zijn geschiedenisboeken openslaat vindt het daar al als maatstaf van de hoogte waarop moreel en intellect van onze oudste voorouderen stonden hetgeen ons door bewaring, ontdekkingen en opgravingen nog aan kunststukken uit die ouden tijden is overgebleven.

De kunst dus als maatstaf van beschaving. Laten we dien maatstaf eens eventjes op Roosendaal aanleggen. Roosendaal waar zijn uwe kunstschatten ? Ze zijn waarschijnlijk van hetzelfde gehalte als uwe liefde tot de kunst.
Een paar staaltjes van die kunstmin mogen hier wel eens gegeven worden , want daar uwe ijselijke belangstelling u niet toeliet er bij tegenwoordig te zijn, kent u zelf uw schitterende figuur niet.

Een groepje, waaronder zéér verdienstelijke schilders expodeert 8 dagen zonder succes en houdt ten slotte publieke veiling waarop aanwezig: notaris , roeper, exploitant, 2 kunstschilders, kastelein en 1 bestuurslid van de Unie en 2 man “publiek”, ziedaar heel de belangstelling en kunstmin van Roosendaal op de kunstveiling.

Een goed landschapschilder exposeert hier in een kunsthandel, wederom met Roosendaalsch reuzensucces! Eén doekje werd gekocht door den kunsthandelaar zelf en één door diens neef. Nu onze stadgenoot die 200 uitnodigingen verzonden heeft, kreeg ondanks de loffelijke recensie in “De Grondwet” buiten enkele niet genoodigde inwoners en vreemdelingen het bezoek van slechts 7 genoodigden. Zoo is hier de kunst in eere.

Mocht met de voorspelde aardbevingen en onweders op 17 dezer, of later, Roosendaal vergaan, dan geve God dat er tenminste één man overblijve, om boven op den puinhoop een groot bord te plaatsen met de waarschuwing:

“Nutteloos hier opgravingen te doen”

Aan de Redactie mijn dank voor de opname.
DIXIT

W.J . Heijen

Bron: “De Grondwet”, jaargang 1919, Gemeente Archief

Terug