Heemkundekring De Vrijheijt van Rosendale

Zappen door het Roosendaalse verleden

Knipsel 0

Lesbrief Leerlingendeel

Gemeentearchief Roosendaal

Heemkundekring De Vrijheijt van Rosendale

Colofon

Tekst: Nicole de Boer, gemeentearchief Roosendaal Onderzoek: Jan van Dongen, Heemkundekring De Vrijheijt van Rosendale

De foto’s en kaarten zijn afkomstig uit de collectie van het gemeentearchief Roosendaal

Uitgave: Gemeentearchief en Heemkundekring De Vrijheijt van Rosendale Vormgeving: Cobi Golterman, gemeentearchief Roosendaal Copyright: 2004. Alle rechten aan de uitgever. Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt, in welke vorm en op welke wijze dan ook, zonder voorgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.

 

Les 1

Inleiding

De Heemkundekring De Vrijheijt van Rosendale bestaat dit jaar (2004)25 jaar. Dit jubileum viert de heemkundekring met tal van activiteiten, waaronder deze lesbrief.

De vrijwilligers van de heemkundekring verzamelen voorwerpen en foto’s die met de geschiedenis van Roosendaal te maken hebben. Ook schrijven ze verhalen over de Roosendaalse historie. De Vrijheijt van Rosendale heeft een heemkelder, waar regelmatig exposities worden gehouden. Je kunt de heemkelder elke eerste zaterdag van de maand tussen tien en half een bezoeken. Je vindt de heemkelder aan de Laan van Wallonië, in de kelder van het Da Vinci College (ingang aan de overkant van huisnummer 44).

Knipsel 1Professor Daverveldt

In deze lesbrief nemen we je mee naar het verleden van Roosendaal. Laten we je voorstellen aan professor Daverveldt. Hij is niet alleen lid van de heemkundekring, maar ook uitvinder. Zijn nieuwste uitvinding is de tijdmachine, die je naar het Roosendaal van vroeger voert. Stap maar in, riemen vast, dan zappen we naar het verleden! Wacht! Niet aan de knopjes komen, stel je voor dat je op de Roosendaalse Markt terechtkomt, midden in de bloederige plunderingen en verschrikkelijke branden van de Tachtigjarige Oorlog! Veiligheid voor alles. De professor zal je scherp in de gaten houden!

Tijdens je reis zal je ontdekken dat Roosendaal erg veranderd is, maar dat sommige dingen ook precies hetzelfde zijn gebleven.

Je hebt voor het maken van deze lesbrief alleen een pen, een potlood en een paar kleurpotloden nodig. Ben je klaar voor de reis?

Knipsel 2

De tijdmachine neemt je mee naar het verleden.

Houd je vast, daar gaan we! ! Help, we worden compleet door elkaar geschud! Heeft iemand zich bezeerd? Wie heeft de EHBO-doos? Professor Daverveldt, wat is er aan de hand? Wat, is de tijdmachine nog niet helemaal goed afgesteld? Een haastklus? Als dat maar goed gaat!

Even kijken waar we terecht zijn gekomen. We zijn naar de Kalsdonksestraat in het jaar 1905 gezapt. Zie je de molen? Dat is de molen van Marinus van Broekhoven. De molen staat daar al minstens 500 jaar.

Knipsel 3

Kalsdonksestraat, met rechts de windmolen Foto: uitgever Van Helvert-Weijermans, Roosendaal, 1905

Lees nu het onder staand krantenbericht uit de Roosendaalse krant De Grondwet van 3 december 1905 over de molen aan de Kalsdonksestraat.

Knipsel 4

’n Stuk Oud-Roosendaal

J.l. Donderdagavond werd onze gemeente opgeschrikt door brandalarm en wist men spoedig te vertellen, dat de Kalsdonksche molen in vlammen opging. Honderden menschen stroomden derwaarts om nog een laatste blik te werpen op dit thans door vuur verteerd stuk oud-Roosendaal. Want dat was hij die oude, verweerde molen, die reeds zoovele geslachten had zien komen en gaan. De Kasdonksche meulen, de meulen van Broos, wie kende hem niet ?

1a Waar gaat het bericht over?

 

1b Was het erg wat er met de molen gebeurde?

 

1c Kijk op een plattegrond van Roosendaal. De molen stond op de plek waar de Griendweg en de Kalsdonksestraat bij elkaar komen. Werd de molen weer in de Kalsdonksestraat opgebouwd?

 

1d Weet je wat er nu op de plek van de molen staat?

 

Knipsel 5

Het beroep van molenaar ging over van vader op zoon. Een molenaar had echter vaak een bijbaantje: hij was niet alleen molenaar, maar ook herbergier of winkelier. Van elke zak meel die een molenaar maalde, hield hij een gedeelte achter. Dat was het loon van de molenaar. Het volgende versje gaat over de molenaar:

Mulder, mulder korendief Grote zakken heeft hij lief De kleintjes wil hij niet malen Daar kan hij niet genoeg uit halen

2a Is degene die dit zingt tevreden over de molenaar?

 

2b Waarom zou de molenaar alleen grote zakken willen malen?

 

Genoeg rondgekeken in de Kalsdonkse molen. Laten we weer in de tijdmachine stappen. Eens kijken waar professor Daverveldt ons nu naar toe zapt. Laten we hopen dat het dit keer allemaal wat soepeler gaat.

De Boulevard

Bij het woord Boulevard denk je waarschijnlijk aan een brede weg langs de zee, met wapperende palmbomen en terrasjes in de zon waar je even kunt uitpuffen.

1 Noem een paar steden of plaatsen in Nederland of het buitenland waar ze een boulevard hebben. Weet je zo geen plaatsen, kijk dan eens op internet.

 

Roosendaal heeft sinds 1860 ook een Boulevard. Stap maar in de tijdmachine, dan nemen we een kijkje in 1904. Doe je voorzichtig bij het uitstappen?

Als je om je heen kijkt, zie je dit. Wel een verschil met nu, hè?

Knipsel 6

De Boulevard in 1904 Foto: Van Helvert-Weijermans, Roosendaal

Voor het geval je door het tijdreizen niet meer helemaal helder bent, zie je hieronder een foto van de Boulevard in 1989.

Knipsel 7

De Boulevard in 1989 Foto: Provincie Noord-Brabant, s Hertogenbosch

2a Kun je drie verschillen opnoemen?

 

 

b En drie dingen die hetzelfde zijn gebleven?



2c In welke tijd zou je liever willen leven, in 1904 of 2004? En waarom?



Bekijk de foto die hieronder staat. De foto is genomen voor het pand van een bedrijf aan de Boulevard.

Knipsel 8

3a Kun jij zeggen om wat voor bedrijf het gaat?



3b En waar zie je dat aan?



Les 2

De familie Van Gilse

Professor Daverveldt, wij willen wel eens kijken bij de rijkste familie van Roosendaal. Kunt u ons daar naar toe zappen?

We zappen naar augustus 1905. De rijkste man van Roosendaal, Petrus Adrianus Gerardus van Gilse is net gestorven. Hij komt uit het geslacht Van Gilse, zijn vader en oom waren in de negentiende eeuw burgemeesters van Roosendaal. Zelf heeft P.A.G. van Gilse de leiding over de brouwerij en mouterij ’t Anker, de wijnhandel en landbouwbedrijven. Later richt hij met zijn zonen een bank op en is hij actief als wethouder en raadslid.

Knipsel 9

Petrus Adrianus Gerardus van Gilse (in de rolstoel), 1903

P.A.G. van Gilse is ook de eigenaar van een kandijfabriek. Deze fabriek bestaat nog steeds.

1 Weet jij wat kandij is en waarvoor je het gebruikt?

Kandij is

 

En je gebruikt het voor



Het grafmonument van P.A.G. van Gilse bestaat nog steeds. Je vindt het op de begraafplaats aan de Bredaseweg.

Knipsel 10

Het graf van P.A.G. van Gilse Foto: E. de Rooij, Roosendaal, 2004

De zes zonen van P.A.G. van Gilse erfden zijn bezittingen. De vele huizen, bouwterreinen en wegen werden in een bedrijf ondergebracht: de Naamloze Venootschap Roosendaalsche Maatschappij tot Exploitatie van Onroerende goederen.

Hieronder zie je een kaartje van de terreinen die dit bedrijf van de familie Van Gilse in bezit had.

Knipsel 11

Bekijk het kaartje en beantwoord de volgende vragen:

2 Welke (tegenwoordige) straten had het bedrijf van de familie Van Gilse in handen?



3 Hoe zou de familie zo rijk zijn geworden?



RBC

Professor Daverveldt, kunnen we niet even uitstappen en een frisse neus halen? Laten we wat gaan voetballen, kunt u ons naar een goede plek zappen? O jee, waar komen we nu terecht? Midden in een wedstrijd tussen RBC en Helmondia. In een volgepakt Red Band stadion in 1946. De spelers komen net het veld oprennen.

Knipsel 12

Foto: J.C. Bosch, Roosendaal, 1946

RBC begon in 1912 als een vriendenclub onder de naam Excelsior. Voetbal was in die dagen alleen voorbehouden aan mannen. Lees onderstaand krantenartikel uit De Grondwet van 17 mei 1921 en beantwoord de volgende vragen.

Knipsel 13

1 Wat vindt de schrijver van meisjes en voetbal?


2 Wat zou er kunnen gebeuren als meisjes voetballen?


3 Hoe denk jij hierover? Is het onzin of heeft de schrijver gelijk?


4 Kun jij een paar bekende RBC-spelers opnoemen?


Knipsel 14

De eerste wedstrijd in het Vast & Goed-stadion Foto: A.J.M. Mol, Roosendaal, 2000

In de begintijd, rond 1912, hadden de spelers niet eens een eigen voetbalveld. Daarom voetbalden ze op een weiland. Voordat het elftal kon gaan voettallen, moest het eerst alle koeienvlaaien opruimen. Pas in 1948 krijgt RBC een eigen stadion: De Luiten aan de Voltastraat in Kalsdonk.

5 In 2000 nam de voetbalclub het nieuwe Vast & Goed- stadion in gebruik. Het nieuwe RBCstadion heeft nog steeds geen naam die ‘lekker bekt’. Weet jij een goede naam voor het stadion?



Les 3

Vliegenier Pinneke Busch

Professor Daverveldt, welke gebeurtenis uit de vorige eeuw mogen we niet missen? Kunt u ons daar naar toe zappen? Oei, waar zijn we nu beland? In 1912? Het gebied dat wij kennen als De Kade en Boulevard Antverpia? Wat is het hier druk! Wat doen al die duizenden mensen hier? Ze staan zelfs op de daken van de huizen. Ze zouden toch niet voor ons zijn gekomen? Laten we maar met de tijdmachine in de lucht blijven hangen, zodat we niet worden ontdekt. Onder ons staat het vliegtuig van Constant Busch, beter bekend als Pinneke Busch, klaar voor de start. Hier wordt geschiedenis geschreven: Pinneke maakt als allereerste Roosendaler ooit een vliegtocht.

Knipsel 15

Het vliegtuig waarmee Pinneke zijn poging ondernam

1a Waarom is heel Roosendaal uitgelopen?


1b Hoe denkt men in 1912 over vliegen en vliegtuigen?


1c Zou Pinneke rijk zijn geweest?


Helaas voor Pinneke, loopt zijn vliegavontuur niet zo goed af. Om vijf uur worden de duizenden toeschouwers behoorlijk ongeduldig. Maar Pinneke wil per se nog even wachten. Het weer slaat om: het begint flink te waaien. Pinneke, opgejut door de toeschouwers, besluit toch te gaan vliegen en klimt in zijn vliegtuig. Een padvinder die in de weg loopt, gebaart hij aan de kant te gaan. Dit gebaar vatten de mannen die het toestel aan de staart vasthouden op als een startteken: zij laten het warmgedraaide vliegtuig los. Pinneke kan nog net de stuurknuppel grijpen, maar hij krijgt het vliegtuig niet meer de lucht in. Het toestel raakt een boom en een huis en ploft neer. Pinneke is wonderwel ongedeerd, zijn toestel is echter total loss. In de jaren daarna kent iedereen in Nederland Pinneke vanwege zijn mislukte vliegpoging.

Knipsel 16

Pinneke poseert met het vliegcomité voor zijn dubbeldekker

2 De vliegpoging van Pinneke had goede en slechte kanten. Noem ze hieronder op:

Goede kanten waren:


Slechte kanten waren:


Het verhaal van Pinneke krijgt nog een staartje. In 1915 woont Pinneke alweer een paar jaar met zijn gezin in Amsterdam. Hij handelt in vet. In oktober meldt de Roosendaalse krant De Grondwet dat Pinneke vermist wordt. Hij zou 12.000 gulden contant geld bij zich hebben. Volgens een zakenrelatie werd Pinneke weg geroepen tijdens een bespreking. Daarna verdween hij spoorloos. Op 13 januari 1925, tien jaar later, staat onderstaand artikel in De Grondwet:

Naar aanleiding van verschillende mededelingen liet de Centrale Recherche den grond onder ’t achtergedeelte, waar in een garage is gevestigd, omgraven. (..) Zaterdag stieten de gravers op een betonnen plaat (..). Een uur later had de politie een groote pakkist blootgelegd, die 60 centimeters onder de vloer was geplaatst. (..) tot aller schrik aanschouwde men bij het licht van een lantaarn een broek en een paar schoenen. (..) feitelijk was deze griezelige vondst niets anders dan een aangekleed geraamte. In de winterjas met fluweelen kraag was nog het monogram in gele letters C.B. duidelijk zichtbaar. (..) Toen het gebeente van de kleding ontdaan werd, vond men nog een gouden dasspeld, voorstellenden de propeller van een vliegmachine.

3a Hoe wist men dat het om Pinneke moest gaan?


3b Wat zou er gebeurd kunnen zijn?



De warenmarkt

Professor Daverveldt, waar zappen we nu heen? Wat, heeft u honger? Oké, dan kijken we of we ergens wat te eten kunnen krijgen. Zo te zien zijn we midden op de Roosendaalse Markt beland. Hier is net een warenmarkt aan de gang. Kijk maar naar de kraampjes. Het is 1566.

Bekijk onderstaande tekening. Dit is wat we uit de lucht zien: de opstelling van de kraampjes. Hier waren regels voor opgesteld.

Knipsel 17

Beantwoord nu de volgende vragen:

1 Waarom zouden er regels over de opstelling van de kramen zijn?

2 Links van het raadhuis stonden de penskramen. Weet jij wat pens is?


 

Knipsel 18

Korenschoven Foto: firma A.M. Bruglemans

3 Bij nummer 11 op de tekening (tegenwoordig is dat het stuk tussen de bibliotheek en het gemeentearchief) stond het koren. Waarom zou de verkoop van koren zoveel ruimte in beslag nemen?

 

4 Staan de kerk en het raadhuis nu ook nog op de Markt?

5 Al in 1502 werd de markt op maandag gehouden. Dat is nu, dik vijfhonderd jaar later, nog steeds zo. Waarom denk je dat de maandag zo’n goede dag voor de markt is?

 

Knipsel 19

De Roosendaalse Markt omstreeks 1890 Foto: firma A. M. Bruglemans

De Teekenschool

Je was natuurlijk blij dat je met de tijdmachine op reis kon, maar we nemen je mee terug naar de schoolbanken. We zappen door naar het jaar 1935, naar de Vincentiusschool.

Bekijk onderstaande foto en beantwoord de volgende vragen.

Knipsel 20

Vincentiusschool, Roosendaal,1935

1 Hoeveel kinderen tel je in deze klas? Ik tel ............. kinderen.

2 Zitten er in jouw klas meer of minder of evenveel kinderen? In mijn klas zitten meer / minder / evenveel kinderen.

3 Zie je op de fofo alleen jongens, alleen meisjes, of jongens en meisjes door elkaar? Het zijn jongens / meisjes / jongens en meisjes door elkaar.

4 Waarom zou dat zijn?


5 Wat zie je voor dingen aan de muur hangen of op de planken staan?



Knipsel 21

De Roosendaalse Teekenschool in 1876

Hierboven zie je een afbeelding van de Roosendaalse Teekenschool. Het was een soort kunstacademie, waar hand- en bouwkundig tekenen werd gegeven. De school werd opgericht door Hendrik Gerard Dirckx, naar wie de H.G.D. straat is vernoemd.

Knipsel 22 Knipsel 23

Deze medaille (je ziet de voor- en de achterkant) is van iemand die op de Teekenschool zat. Hij woonde in Halsteren. Op zondag, de enige dag in de week dat hij vrij was, liep hij naar Roosendaal. Over die 18 km deed hij drie uur. Na de lessen moest hij weer te voet naar huis.

7 Kun je lezen wat er op de medaille staat?

 

8 Waarvoor zou hij een medaille hebben gekregen?

9 Zou jij het ervoor over hebben om drie uur naar school te lopen? Ik zou het er wel / niet voor over hebben, want



Je bent nu aan het einde van de lesbrief gekomen. Professor Daverveldt heeft nog een laatste opdracht voor je: maak een tekening van je reis met de tijdmachine. Teken maar wat je het leukste vond. Was het RBC, de vliegpoging van Pinneke Busch of iets anders?

Knipsel 24